Als je dierbare niet meer beter wordt 

Als je dierbare niet meer beter wordt 

Soms krijg je van de dokter de onbevattelijke boodschap dat je dierbare ‘ongeneeslijk ziek’ is. Dat verdict kan verschillende ladingen dekken. Soms betekent ‘nooit meer beter worden’ dat je dierbare een chronische kanker heeft: daarvan kan je niet genezen, maar je sterft er ook niet meteen aan. In de andere gevallen betekent het dat iemand ‘terminaal’ is. In het eerste geval kan iemand voor jaren in de palliatieve fase zitten; in het tweede geval duurt die fase naar alle verwachting niet langer dan drie maanden. 

In beide gevallen schudt dat slechte nieuws al jullie zekerheden door elkaar. De eindigheid van het leven komt plots dichtbij. De toekomst zoals jullie die voor ogen hadden, moeten jullie nu anders vormgeven. Wat kan ‘palliatieve zorg’ eigenlijk allemaal inhouden, en hoe kan die bijdragen aan de levenskwaliteit van je dierbare? Wat kan je daarin zelf betekenen, eventueel als mantelzorger, en hoe bewaak je je grenzen daarin? Hoe ga je om met het besef dat je iemand die je lief is, zal verliezen? En hoe ziet het rouwproces eruit nadat je dierbare overleden is? Hoe kunnen rouwzorg en nazorg jou helpen in de verwerking? 

Deze webpagina bespreekt wat het betekent als je weet dat je dierbare niet meer beter wordt. 

Ongeneeslijk ziek, een begrip met vele ladingen 

Als iemand ongeneeslijk ziek is, is er geen curatieve behandeling mogelijk – een behandeling die streeft naar definitieve genezing. Maar hij of zij krijgt dan wel een palliatieve behandeling. Die is gericht op ‘palliatie’, wat ‘verlichting’ of ‘verzachting’ betekent. De precieze invulling van die zorg hangt af van wat ‘ongeneeslijk ziek’ in zijn of haar geval betekent. Zo wordt er gesproken van ‘ziekte- of symptoomgerichte palliatieve behandeling’, ‘palliatieve zorg’ of ‘terminale zorg’.  

Verschillende infobronnen vullen die termen net iets anders in. Het is ook niet zo makkelijk en niet per se nuttig om ze strikt van elkaar te onderscheiden. Vaak vloeien ze in elkaar over naarmate het ziekteproces vordert. We klaren een en ander voor je uit … 

Ziektegerichte of symptoomgerichte palliatieve behandeling

De dokter heeft vastgesteld dat je dierbare chronisch ziek is. Dat betekent: genezen is niet meer mogelijk, maar alles wijst erop dat hij of zij er niet meteen aan zal sterven. Je dierbare is, met andere woorden, in de palliatieve fase in de breedst mogelijke zin van het woord aanbeland. Hij of zij heeft soms geen tot weinig last bij de diagnose, maar de verwachting is dat de gevolgen van de ziekte steeds tastbaarder zullen worden. Hoe snel die periode aanbreekt, is niet altijd te voorspellen. 

Elk ziekteverloop bij een chronische kanker is anders: 

  • Iemand kan over een langdurige periode heel geleidelijk achteruitgaan. 
  • Iemand kan geleidelijk achteruitgaan waarbij periodes van ernstige opflakkering van de ziekte afwisselen met periodes waarin hij of zij tijdelijk opknapt. 
  • Hij of zij gaat in een korte periode plots en snel achteruit en belandt dan in de ‘terminale fase’, de palliatieve fase in de engste zin van het woord. 

De palliatieve behandeling wordt afgestemd op het ziekteverloop: 

  • In eerste instantie zet de arts een ‘ziektegerichte palliatieve behandeling’ in. Die probeert de ontwikkeling van de ziekte te vertragen of zelfs een bepaalde (soms wel jarenlange) periode te stoppen, maar zonder op een definitieve genezing te hopen.  
  • Als de ziekte niet langer kan worden vertraagd of tijdelijk gestopt, dan wordt er overgeschakeld op een ‘symptoomgerichte palliatieve behandeling’. De focus ligt dan op het onder controle houden en verlichten van fysieke klachten – verminderde mobiliteit, kortademigheid, misselijkheid, een gevoel van benauwdheid … 
  • Let wel: beide behandelingen gebeuren vaak tegelijk en lopen geleidelijk in elkaar over. In elk geval staat de levenskwaliteit van je dierbare voorop. De nadruk ligt niet uitsluitend, maar vooral op het lichamelijke aspect. 

Van palliatieve behandeling naar palliatieve zorg

In een meer vergevorderde fase van het ziekteproces wordt er niet alleen gefocust op lichamelijke klachten, maar gaat er ook veel aandacht naar psychosociale problemen of existentiële vragen waarmee je dierbare zit. Zijn of haar levenskwaliteit staat voorop. Een multidisciplinair team aan zorgverleners (onder meer artsen, verpleegkundigen, psychologen, maatschappelijk werkers, medewerkers van de pastorale dienst of de dienst zingeving …) staat in voor die palliatieve zorg. 

Palliatieve zorg in deze fase omvat uiteraard: 

  • lichamelijke (comfort)zorg
    -Is erop gericht dat iemands leven zo actief en pijnvrij als mogelijk kan blijven leiden tot aan zijn of haar dood. De comfortzorg vertrekt van het idee dat de dood bij het leven hoort en wil die noch bespoedigen, noch rekken. 

Daarnaast omvat palliatieve zorg ook psychologische, sociale en zingevingszorg die ook wel gebundeld wordt onder de noemer ‘rouwzorg’: 

  • psychologische zorg
    -Wil mentale klachten als somberheid, verdriet, depressie, angst en boosheid voorkomen of verminderen.
     
  • sociale zorg
    -Focust op de problemen die wie ongeneeslijk ziek is kan ervaren met anderen in de naaste omgeving. Zo kan de relatie tussen je dierbare en jijzelf als mantelzorger veranderen doordat de ene partner afhankelijk wordt van de andere.
    -Helpt belangrijke veranderingen op sociaal vlak te verwerken. Bijvoorbeeld: niet langer kunnen gaan werken, een verminderd inkomen, een andere sociale status, geliefde hobby’s niet langer kunnen uitoefenen, de grotere afhankelijkheid van jou als mantelzorger en van anderen …
    -Helpt ook praktisch de weg te vinden bij overheidsinstanties, zorginstellingen, ziekenfondsen, privé-verzekeraars …
  • zingevingszorg
    -Helpt met de antwoorden op levensvragen als ‘Waar kan iemand nog troost, kracht en inspiratie uit halen?’, ‘Wat vindt iemand nog belangrijk in het leven?’ en ‘Hoe kijkt iemand tegen de dood aan?’ 
Lichamelijke comfortzorg vs. palliatieve sedatie

Lichamelijke comfortzorg maakt een belangrijk deel uit van palliatieve zorgen. Pijnbestrijding geniet echter vaak een slechte reputatie. Mensen denken dat sterke pijnstillers nemen hun bewustzijn zal verlagen, hen verslaafd zal maken of hun dood zal versnellen. Onterecht: je mag pijnstilling en palliatieve sedatie immers niet met elkaar verwarren. Artsen overwegen palliatieve sedatie alleen in de zeldzame gevallen dat het leed uitsluitend kan worden verlicht door het bewustzijn te verlagenDie medische beslissing wordt nooit genomen zonder de toestemming van wie ziek is en zonder de toestemming van jou als naaste, op voorwaarde dat je een zorgvolmacht hebt. 

Palliatieve zorg bij levenseinde (terminale zorg)

Als iemand is uitbehandeld en de dokter schat in dat die maar heel korte tijd meer te leven heeft, komt hij of zij in de terminale fase van het ziekteproces. De focus van de palliatieve zorgen wordt dan verlegd van ‘kwaliteit van leven’ naar ‘kwaliteit van sterven’. Dit soort palliatieve zorg wil hem of haar nog de tijd geven om zaken te regelen, om te praten met naasten, om de dingen te doen die je dierbare nog graag wil doen voor hij of zij gaat. Ook belangrijk: tot de palliatieve zorg bij je levenseinde hoort niet alleen de terminale zorg voor je dierbare als patiënt, maar ook de rouwzorg voor jou, die achterblijft. 

Palliatieve zorg vs. terminale zorg

Ten onrechte wordt palliatieve zorg vaak volledig gelijkgeschakeld aan ‘terminale zorg’. De term schrikt mensen daarom vaak af. Dat klopt niet: terminale zorg of levenseindebegeleiding maakt deel uit van palliatieve zorg, maar valt er niet mee samen. Het is zelfs belangrijk om palliatieve zorg op te starten zodra je dierbare nood voelt aan steun en verlichting. Wacht er niet mee tot op het laatste ogenblik. 

Ben je niet op de goede plaats?

FAQ

Hoe regel je palliatieve zorg bij levenseinde (terminale zorg) voor je dierbare?

Palliatieve zorg is teamwork van informele zorgverleners, zoals mantelzorgers, en professionele zorgverleners (vertrouwde zorgverleners of zorgverleners met een specialisatie in palliatieve zorgen).  Voor palliatieve zorg kan je dierbare terecht: 
  • in het ziekenhuis (op een gewone afdeling met ondersteuning van het palliatief supportteam (PST) of een speciale palliatieve zorgeenheid. Wil je een mooi beeld krijgen van hoe het er op zo’n zorgeenheid aan toegaat? In Autobiografie van mijn lichaam neemt romanauteur Lize Spit afscheid van haar moeder die aan kanker sterft. De laatste hoofdstukken spelen zich af op een speciale palliatieve zorgeenheid. 
  • in het woonzorgcentrum 
  • thuis, met ondersteuning van jou als mantelzorger, professionele zorgverleners zoals een palliatieve thuiszorgequipe en vrijwilligers. Dat kan in combinatie met: 
  • een of meer dagen verblijven in een dagcentrum (bijvoorbeeld zodat jij als mantelzorger even kan worden ontlast) 
  • nachtzorg (een professionele zorgverlener of vrijwilliger die thuis bij je dierbare oppast of een verblijf in een nachthotel) 
Via zijn of haar arts kan je dierbare het palliatief statuut’ aanvragen als hij of zij aan bepaalde voorwaarden voldoet. Dat statuut geeft recht op een aantal financiële tegemoetkomingen. 
  • Je dierbare hoeft geen remgeld meer te betalen voor huisbezoeken van de huisarts, de kinesist en bepaalde diensten in thuisverpleging. Deze financiële tegemoetkoming wordt automatisch geregeld. 
  • Met het palliatief statuut kan je dierbare het palliatief zorgforfait aanvragen: financiële steun voor bepaalde hulpmiddelen, geneesmiddelen en verzorgend materiaal. 
Meer weten? 
  • fbsp-bfpz.org (Brusselse federatie voor palliatieve en continue zorgen)  

Wat is palliatieve sedatie?

Bij palliatieve sedatie krijgt je dierbare medicijnen die het bewustzijn verlagen om zo onbehandelbare pijn, verwardheid en benauwdheid te verlichten in de laatste levensfase. Dat mag alleen onder bepaalde voorwaarden. Zo moet het levenseinde heel nabij zijn en mogen de klachten op geen enkele andere manier nog te behandelen zijn. De arts past geen sedatie toe zonder overleg en toestemming van jou of je dierbare. Er bestaan verschillende soorten palliatieve sedatie: 
  • kortdurende, onderbroken sedatie, ook wel ‘slaapje’ of ‘time-out’ genoemd. Daarbij wordt je dierbare ’s nachts of overdag enkele uren in slaap gebracht en wordt hij of zij daarna weer tot volle bewustzijn gebracht. Je dierbare komt de dag beter door als die in tweeën gebroken wordt. 
  • langdurende, ononderbroken sedatie. Als het gaat om lichte sedatie, wordt je dierbare tot rust gebracht, maar kan die wel nog de ogen openen of bewegen als je hem of haar aanspreekt of aanraakt. Als het gaat om diepe sedatie, wordt je dierbare in een diepe slaap gebracht en reageert die niet meer als je hem of haar aanspreekt of aanraakt. 
Bij sommigen leeft het idee dat het om een trage vorm van euthanasie gaat, maar dat klopt niet. Palliatieve sedatie versnelt de dood op geen enkele manier.

Hoe houd je het als mantelzorger van een ongeneeslijke zieke haalbaar voor jezelf?

Ook voor mantelzorgers als jij, die hun dierbare willen bijstaan tijdens de laatste dagen, zijn er opties om dat praktisch en financieel haalbaar te houden: 
  • Via thematische verloven kan je meer tijd doorbrengen met je dierbare. Het gaat om palliatief zorgverlofmantelzorgverlof of verlof voor medische bijstand. Over de verschillen tussen die verloven, de voorwaarden en de aanvraagprocedure vind je de meest recente info op de website van de RVA. 
  • Als je mantelzorger bent, maak je ook aanspraak op de gemeentelijke mantelzorgpremie. Ga op de website van je gemeente na of de premie wordt aangeboden en tegen welke voorwaarden. Zo houd je het financieel haalbaar. 
Tegelijkertijd is het ook belangrijk om het emotioneel haalbaar te houden. Mantelzorger zijn van een palliatieve persoon met kanker is immers een zware taak. Je grenzen bewaken, even stoom aflaten bij lotgenoten of advies vragen aan een mantelzorgcoach: het zijn allemaal manieren om je te helpen vol te houden. 
  • Heb je als mantelzorger nood aan een korte adempauze? Anderen kunnen de zorg tijdelijk deels of volledig van je overnemen. Dat heet ‘respijtzorg’. Je kan bijvoorbeeld een beroep doen op gezinszorg, een oppas, dagopvang of een kortverblijf (bijvoorbeeld bij een initiatief als Casa Clara of Villa Indigo). Het ziekenfonds helpt je daarmee verder.  
  • Sommige mantelzorgverenigingen bieden ook mantelzorgvakanties met aangepaste begeleiding en activiteiten waarvan je samen kan genieten met de persoon voor wie je zorgt. 
  • Mantelzorg kan best eenzaam zijn. Daarom doet contact met lotgenoten vaak enorm deugd: je hebt het gevoel dat je niet alleen bent in jouw reis als mantelzorger. Vlaanderen telt zes erkende mantelzorgverenigingen die niet alleen infosessies en vormingen organiseren, maar ook een luisterend oor bieden en de kans om te praten met lotgenoten in een mantelzorgcafé. 
  • Voor een luisterend oor of contact met lotgenoten kan je ook terecht bij de verschillende inloophuizen. Stichting tegen Kanker ondersteunt deze inloophuizen. Ook bij Kankerinfo van Stichting tegen Kanker kan je je hart luchten. Bel op het gratis nummer 0800 15 802, elke werkdag van 9 tot 18 uur. 
  • Niet iedereen praat graag. Dan kan het deugd doen om gewoon te lezen over de ervaringen van andere mantelzorgers. Speciaal voor mantelzorgers van palliatieve kankerpatiënten is er de betrouwbare website palliatievezorg-en-mantelzorgers.be. Die omvat niet alleen informatie en een praktisch stappenplan, maar ook vele verhalen van ervaringsdeskundigen die je kunnen inspireren en troosten. 

Hoe kunnen rouwzorg en nazorg jou als naaste helpen?

Rouwzorg en nazorg maken beide deel uit van ‘palliatieve zorg’. 
  • Rouwzorg is een bredere term en duidt op de emotionele ondersteuning bij de gehele rouw- en verlieservaring, van het begin van de ziekte tot lang na het overlijden. Rouwen begint immers niet na een overlijden, maar begint al bij de voorbereiding op het onvermijdelijke afscheid. 
Rouwzorg is er zowel voor je dierbare die ongeneeslijk ziek is, als voor jou als naaste. Het helpt je om het verlies van het leven zoals het was, het verlies van gezondheid en autonomie te verwerken en begeleidt je om je aan te passen aan de nieuwe realiteit, met een ingekort levensperspectief. Ook helpt rouwzorg je op psychologisch, sociaal en existentieel vlak het naderende afscheid te verwerken.  Kenmerkend voor rouwen bij palliatieve zorg is de intense dubbelzinnigheid die naasten ervaren: ze maken een proces van verliesverwerking door, terwijl je als naaste ook doorgaat met je dagelijkse leven.  Voel je dat je extra hulp kan gebruiken bij de rouw- en verlieservaring, nog voor het definitieve afscheid? Dan kan je terecht bij: 
  • de zorgverleners uit het palliatieve team, of dat nu in het ziekenhuis, het woonzorgcentrum of bij je thuis is. Zij kunnen je ofwel zelf helpen ofwel doorverwijzen. 
  • Van Cure naar Care, een project van HOWEST Verpleegkunde, de onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde en het Agentschap Innoveren & Ondernemen, met onder meer een e-course Afscheid nemen. 
 
  • In de palliatieve zorg houdt de zorg niet op na het overlijden van een dierbare. De nazorg voor nabestaanden, vlak na het overlijden van een dierbare, vormt een specifiek onderdeel van rouwzorg. Want ook al wist je dat het moment van afscheid zou komen, toch blijft dit een zeer moeilijke tijd voor jou als mantelzorger. Net terwijl je het emotioneel erg zwaar hebt, moet je ook nog eens allerhande praktische zaken regelen. 
  • De Vlaamse overheid helpt je op een toegankelijke manier om het overzicht te bewaren van wat je moet en kan regelen op haar pagina ‘Regelingen bij een overlijden’. 

Waaraan kan je je verwachten tijdens het rouwproces?

Rouw is een reactie op verlies. Er is geen vaste volgorde of tijdslijn. En er zijn geen fasen in rouw. Iedereen rouwt op zijn of haar eigen manier. Vaak herkennen mensen wel een of meer van deze reacties: 
  • Lichamelijk: hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid, slaapproblemen, veranderde eetlust, of zelfs klachten die de overledene had. 
  • Emotioneel: verdriet, somberheid, angst, schuld, boosheid, onrust en eenzaamheid. 
  • Cognitief: concentratieproblemen, vergeetachtigheid, verwarring, en het voortdurend denken aan de overledene. 
  • Gedragsmatig: rusteloosheid, terugtrekking, huilen of juist overactief zijn. 
  • Spiritueel / existentieel: veel waaromvragen, veel vragen of zingeving, het herzien van overtuigingen. 
Kenmerkend voor rouwen na palliatieve zorg zijn wel de dubbele gevoelens die naasten, en zeker mantelzorgers, vaak ervaren. Naast intens verdriet kan je ook opluchting voelen: opluchting dat het lijden voorbij is, dat je niet langer hoeft te waken, dat de voortdurende spanning niet langer in de lucht hangt… Die gevoelens van opluchting kunnen op hun beurt schuldgevoel oproepen: ‘Mag ik dit wel voelen?’ Het antwoord is volmondig ‘ja’. Verdriet en opluchting kunnen naast elkaar bestaan. Opluchting heft het verdriet niet op. Beide gevoelens tonen hoe zwaar en intens de periode ervoor was. Het helpt om te weten dat er geen juiste manier is om te reageren op een overlijden. Alles wat je voelt, mag er zijn.  
  • Praten met anderen (vrienden, familie, lotgenoten) kan enorm helpen.  
  • Bij complexe rouw die langer duurt dan zes maanden en je functioneren zwaar belemmert, ga je best op zoek naar een psycholoog of rouwtherapeut die je kan ondersteunen. 
Onthoud: het overlijden van een dierbare verwerken is niet terugkeren naar ‘hoe het vroeger was’, maar uitzoeken hoe het nu kan zijn.