Van remissie tot genezing 

Van remissie tot genezing 

Als je dierbare kanker krijgt, doorloop je als naaste net zo goed het hele traject van behandelingen: je leeft mee met elke scan, elk onderzoek, elk gesprek met de arts. Soms lijkt het beter te gaan en durf je voorzichtig ademhalen. Soms slaat de twijfel opnieuw toe. Als naaste word je vaak geconfronteerd met moeilijke vragen: wat betekent het precies als iemand in remissie is? Wanneer mag je spreken van genezing? En hoe groot is de kans dat de ziekte terugkeert? Op deze pagina lichten we het proces van remissie tot (mogelijke) genezing zo helder mogelijk toe. 

Gedeeltelijke en volledige remissie

Tijdens de behandeling kan je merken dat de toestand van je dierbare tijdelijk gevoelig verbetert. De geneeskunde omschrijft dat gevoel van beterschap als ‘remissie’.  

  • Als alleen sommige tekens van de ziekte afwezig lijken, wordt gesproken van een ‘gedeeltelijke remissie’. 
  • Als er geen sporen meer van kanker lijken te zijn na onderzoek, spreken artsen van een ‘volledige remissie’. Dat klinkt als het best mogelijke nieuws, maar het staat helaas niet automatisch gelijk aan een ‘definitieve genezing’. Dat er geen kankersporen meer worden teruggevonden, kan immers ook betekenen dat enkele tumorcellen de behandeling hebben overleefd, maar nog te klein zijn om te worden opgespoord. In dat geval kan de ziekte terugkeren. 

Genezingskans vs. overlevingskans 

Omdat het moeilijk is om aan te geven wanneer iemand met kanker echt genezen is, spreekt de geneeskunde liever over ‘overlevingspercentages’ dan ‘genezingspercentages’. Die overlevingskansen worden beïnvloed door verschillende factoren, zoals het type kanker, het stadium waarin de ziekte werd vastgesteld, de gekozen behandeling, hoe goed de behandeling aanslaat en de algemene gezondheidstoestand van je naaste. 

Het is belangrijk om te weten dat overlevingspercentages gebaseerd zijn op statistieken van grote groepen patiënten. Het gaat dus om gemiddelden: de situatie en vooruitzichten van jouw naaste kunnen daar sterk van verschillen.

Vijfjaarsoverleving van kanker 

Wanneer wordt iemand dan ‘genezen’ verklaard? In de praktijk gebeurt dat meestal wanneer er vijf jaar na de diagnose geen sporen van kanker meer worden teruggevonden. Die termijn van vijf jaar ‘overleving’ heeft vooral een symbolische betekenis. In realiteit kan iemand al eerder genezen zijn, maar net zo goed kan de ziekte nog terugkeren na die vijf jaar. 

Waarom dan toch die periode van vijf jaar? Omdat de geneeskunde naar een evenwicht zoekt. Als iemand de bladzijde te snel omslaat en hervalt, dan kan dat extra hard aankomen. Als de termijn te ruim zou worden genomen, dan leven mensen met kanker en hun naasten onnodig lang in angst en onzekerheid. De vijfjaarstermijn is daarom een gulden middenweg. 

Wel geldt: hoe meer jaren voorbijgaan zonder tekenen van kanker, hoe gunstiger de overlevingsprognose wordt.  

Terugkeer van de ziekte 

Ook na een succesvolle behandeling blijft er een risico bestaan dat de ziekte terugkomt. Daarom volgen er in de eerste jaren meestal regelmatige controles. In de volksmond wordt gezegd dat iemand ‘hervallen is’ als de ziekte is teruggekeerd, maar strikt genomen bestaat er een onderscheid tussen recidief en herval. 

Als kanker terugkeert, dan kan dat op verschillende manieren: 

  • recidief: er ontstaat opnieuw kanker in een orgaan waarin eerder al een kwaadaardige tumor ontstond. 
  • herval: de oorspronkelijke kanker (ook wel ‘primaire’ of ‘eerste kanker’ genoemd) duikt opnieuw op na een periode van volledige remissie (waarin de kankersporen langere tijd verdwenen lijken dus). 

Er bestaan drie soorten herval: 

  • een lokaal herval. Dan keert de eerste kanker terug op de plaats waar die oorspronkelijk al voorkwam. 
  • een regionaal herval. Dan duikt de oorspronkelijke kanker op in de lymfeklieren die het eerst aangetaste orgaan draineren. 
  • een herval op afstand. Dan duikt de oorspronkelijke kanker op in een ander orgaan. 

Bij een regionaal herval of herval op afstand is sprake van uitzaaiingen (ook metastases genoemd). Die kan je beschouwen als een ‘kolonie’ van secundaire kankercellen die zich in het lichaam verspreiden om zich vervolgens op een afstand – in de lymfeklieren of in een ander orgaan – van de primaire kanker te gaan nestelen en vermenigvuldigen. 

Wist je dat?

De oorspronkelijke kanker bepaalt de aard van de ziekte. Dat is soms verwarrend: een prostaatkanker die naar de botten is uitgezaaid, heeft bijvoorbeeld niets met botkanker te maken. Botkanker ontstaat immers oorspronkelijk in botcellen, niet in prostaatcellen. 

Ben je niet op de goede plaats?

FAQ

Kan je genezen van kanker?

Ja, genezing is mogelijk. Meer dan 7 op de 10 personen zijn vijf jaar na de vaststelling van de ziekte nog in leven. Of iemand kan genezen, hangt af van verschillende factoren: het type kanker, het stadium waarin die wordt ontdekt en hoe iemand individueel op de behandeling reageert.  De geneeskunde beschouwt iemand als ex-patiënt als een tumor volledig vernietigd is. Omdat dat niet altijd makkelijk vast te stellen is, heeft de geneeskunde het liever over ‘overlevingspercentages’ dan ‘genezingspercentages’. Men zegt dus liever: “Je hebt 90 procent kans om borstkanker te overleven” dan “Je hebt 90 procent kans om te genezen van borstkanker”.  In ruimere zin kan genezing ook meer omvatten dan lichamelijk herstel. Iemand kan zich ook mentaal herstellen: opnieuw vertrouwen krijgen in het lichaam, mentaal evenwicht hervinden en het leven weer opnemen, ook als dat lichaam blijvend veranderd is door de ziekte. In dat opzicht heeft iemand de ziekte niet alleen ‘fysiek’ overleefd, hij of zij ‘herleeft’ ook weer. 

Hoe ga je als naaste om met de periode vóór een definitieve genezing?

Tijdens het medische traject staat vaak alles in het teken van behandelingen, bijwerkingen en het afwachten van resultaten. Als naaste leef je mee op het ritme van afspraken en onderzoeken. Wanneer de behandeling aanslaat en het beter lijkt te gaan, kan dat hoop geven, maar ook een vreemd of onzeker gevoel oproepen: “Is deze remissie een stap richting genezing? Of is het slechts tijdelijk?”  Die onzekerheid is niet alleen moeilijk voor wie ziek is, maar ook voor jou als naaste. Sommige mensen proberen controle te houden door extreem voorzichtig te worden, anderen proberen net alles los te laten en zo intens mogelijk te leven. Het zijn uiteenlopende reacties op eenzelfde onzekere situatie. Praten over die gevoelens – met elkaar, met andere naasten of met een professional – kan helpen om angsten te benoemen en opnieuw houvast te vinden. Ook Kankerinfo staat voor jou klaar. 

Waarom krijgen sommige mensen meerdere verschillende kankers?

Bepaalde risicofactoren die verband houden met levensstijl, zoals roken en overwicht, verhogen de kans op kanker. De negatieve invloed van die factoren blijft vaak niet beperkt tot één specifiek orgaan, maar kan zich laten gelden in meerdere organen. Zo kan een longkanker de voorbode zijn van mondkanker, omdat tabak niet alleen schadelijk is voor de longen, maar ook voor de mond. 

Waarom keert dezelfde kanker soms terug?

Een oorspronkelijke kanker (ook wel primaire of eerste kanker genoemd) kan opnieuw opduiken op na een periode van volledige remissie – waarin de kankersporen langere tijd verdwenen leken dus. Dat komt omdat niet alle kankercellen volledig vernietigd zijn. We spreken dan van een herval. De diagnose ‘vroeg herval’ wordt meestal al binnen enkele maanden of jaren na de behandeling gesteld. De kankercellen hebben zich dan ongecontroleerd vermenigvuldigd. Soms volgt de diagnose van herval echter laattijdig, tot wel 20 jaar na de eerste diagnose. Zo’n ‘laat herval’ komt omdat enkele kankercellen latent (‘sluimerend’) aanwezig bleven, maar te klein waren om te worden opgespoord. 

Kunnen alle kankercellen uitzaaiingen veroorzaken?

Neen, zeker niet. Hoewel veel kankercellen de oorspronkelijke tumor verlaten, slagen ze er slechts uitzonderlijk in om ‘wortel te schieten’. Dat kan gebeuren in de lymfeklieren die het oorspronkelijk aangetaste orgaan draineren (= regionaal herval) of in een ander orgaan (= herval op afstand). De wetenschap vermoedt dat het gastweefsel van invloed is op de plaats en de snelheid van de uitzaaiingen. Er wordt nu onderzocht hoe potentieel gastweefsel en ‘rondtrekkende’ kankercellen met elkaar in interactie gaan. Op basis van die bevindingen zouden nieuwe behandelingen kunnen worden ontwikkeld die ervoor zorgen dat de uitzaaiingen niet kunnen ontstaan in de eerste plaats, of zich niet kunnen ‘nestelen’ in de tweede plaats. 

Kunnen uitzaaiingen in alle organen ontstaan?

Neen. De ernst van de uitzaaiingen hangt af van het type kanker, waar ze zich bevinden en hoe gevoelig ze zijn voor de mogelijke behandelingen.  

Kan de kans dat kanker terugkeert beperkt worden?

Met chemotherapie, radiotherapie, hormoontherapie of doelgerichte therapie wordt geprobeerd het risico te verminderen dat de ziekte weer terugkeert. Ook een gezonde levensstijl – met evenwichtige voeding, weinig alcohol, veel beweging – draagt er tot op zekere hoogte aan bij dat de ziekte niet terugkeert. 

Wat als genezing niet meer mogelijk is?

Als een definitieve genezing niet mogelijk is, kan een palliatieve behandeling worden opgestart. Die is gericht op levenskwaliteit en levensduurverlenging, niet op genezing.  Mensen associëren palliatief vaak met ‘terminaal’, maar sommige kankers zijn chronisch: ze zijn niet te genezen, maar mensen leven er soms nog lange tijd mee. In dat geval wordt ook gesproken van een ‘chronische behandeling’.  Wanneer de levensverwachting beperkt is tot ongeveer drie maanden of minder, ligt de focus van palliatieve zorg op comfort, pijnverlichting en kwaliteit van leven. Die zorg biedt ook ruimte om afscheid te nemen, gesprekken te voeren en samen nog betekenisvolle momenten te beleven.  Bij ‘Als je dierbare niet meer beter wordt’ lees je meer over palliatieve behandelingen en palliatieve zorg.