Longkanker

Longkanker

Wat is longkanker?

Longkanker ontstaat wanneer abnormale cellen zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en een tumor vormen.

Doorgaans ontstaat longkanker ofwel in de cellen van de bronchi of luchtpijpvertakkingen ofwel in de cellen van de bronchioli, de kleinste luchtwegvertakkingen, die uitmonden in de longblaasjes. Daarom spreekt men ook van bronchiale kanker. Soms ontwikkelt deze kanker zich in de cellen van de longblaasjes. De kankercellen kunnen omliggende weefsels binnendringen, zoals het membraan rond de longen dat grenst aan de borstholte (borstvlies) of het hart (pericardium of hartzakje).

Als kankercellen via bloedvaten uit de primaire tumor ontsnappen en gaan woekeren in andere organen, het bot of lymfeklieren, spreekt men van uitzaaiingen of metastases. Ze bestaan uit kankercellen die van de longtumor afkomstig zijn en moeten daarom worden behandeld als longkanker.

Er kunnen uitzaaiingen in de longen ontstaan na het ontwikkelen van een andere tumor. Dan is er geen sprake van longkanker, maar wel van het type kanker dat verwijst naar de locatie waar de primaire tumor  ontstond.

Risicofactoren

Verschillende risicofactoren verhogen het aantal gevallen van longkanker.

Preventiemaatregelen

De beste manier om het risico op longkanker te verminderen is niet beginnen met roken of stoppen met roken, en elke omgeving waar wordt gerookt, te vermijden om passief roken niet in de hand te werken.

Het is ook aangeraden om blootstelling aan radon te voorkomen door voorzorgsmaatregelen te nemen als je woning zich in een risicozone bevindt. 

Werknemers die in aanraking komen met kankerverwekkende chemicaliën of asbest, nemen best de gepaste beschermingsmaatregelen in acht. Omdat roken het schadelijke effect van dergelijke producten voor de longen nog vergroot, moet elk contact met tabaksrook, dus ook passief roken, zoveel mogelijk worden vermeden.

Symptomen

Symptomen van longkanker én de snelheid waarmee ze zich manifesteren, variëren afhankelijk van aard, volume en locatie van de tumor. Soms treden symptomen pas in een vergevorderd stadium van de ziekte op.

Longkanker heeft uiteenlopende symptomen:

    • aanhoudende of escalerende hoest
    • kortademigheid
    • pijn op de borst
    • bloed in opgehoest slijm
    • piepende ademhaling
    • heesheid of stemveranderingen
    • slikproblemen
    • gezwollen lymfeklieren in de hals of boven het sleutelbeen
    • terugkerende longaandoeningen
    • plots gewichtsverlies
    • onverklaarbare vermoeidheid

Let wel, deze symptomen zijn niet specifiek voor longkanker; ze kunnen een teken zijn van andere gezondheidsproblemen. Raadpleeg je arts als je een of meer van deze symptomen opmerkt.

Screening en diagnostiek

Screening maakt het mogelijk longkanker geruime tijd vóór de eerste symptomen merkbaar zijn, te ontdekken. Hoe vroeger kanker wordt vastgesteld, hoe groter de kans is op een succesvolle behandeling.

Momenteel (2023) is er geen systematische screening op longkanker in België, ook al raden internationale wetenschappelijke organisaties aan mensen die veel roken of vaak worden blootgesteld aan tabaksrook regelmatig te testen . Een jaarlijkse CT-scan aan lage dosis is volgens de National Lung Screening Trial vooralsnog de enige screeningsmethode die 1 overlijden door longkanker op 5 kan vermijden. De American Society of Clinical Oncology (ASCO) beveelt deze systematische screening alleen aan bij rokers en voormalige rokers, zowel mannen als vrouwen, die aan een drietal criteria voldoen:

    • tussen 50 en 80 jaar oud zijn
    • 20 ‘pakjaren’ roken (1 pakje sigaretten per dag gedurende 20 jaar, 2 pakjes per dag gedurende 10 jaar )
    • nog altijd roken of minder dan 15 jaar geleden gestopt zijn

 

Behandeling

Afhankelijk van het stadium waarin de kanker zich bevindt, kunnen artsen verschillende behandelwijzen toepassen:

Levenskwaliteit
als prioriteit

Tijdens alle stadia van de behandeling en bij het streven naar een blijvend herstel staat de levenskwaliteit van de patiënt op de lange termijn voorop.

Dat geldt ook op de korte en middellange termijn zodra de ziekte chronisch wordt. In het stadium van de palliatieve zorg, wanneer de ziekte niet meer onder controle te krijgen is, heeft levenskwaliteit absolute prioriteit.

In al deze gevallen zet het medisch team al zijn knowhow in om de levenskwaliteit zo goed mogelijk te bewaken.

Meer informatie over palliatieve zorg en levenseinde

Nevenwerkingen

Het doel van elke behandeling is om kankercellen te vernietigen. Helaas kunnen hierbij ook gezonde cellen worden beschadigd en bijwerkingen worden veroorzaakt. Deze bijwerkingen kunnen sterk van elkaar verschillen, afhankelijk van de behandeling en de patiënt.

We raden je aan om je arts te vragen welke nevenwerkingen je kunt verwachten en waarop je moet letten.

De OZC, je partner
tijdens je behandeling

De oncologisch zorgcoördinator is een verpleegkundige, gespecialiseerd in kanker, die zorgt voor de praktische uitvoering van de door het multidisciplinair team voorgeschreven behandeling en die de patiënt de hele duur van zijn of haar zorgtraject in het ziekenhuis begeleidt.

Tijdens je behandeling is de oncologisch zorgcoördinator je belangrijkste aanspreekpunt. Hij of zij maakt integraal deel uit van je zorgteam, woont al je consultaties bij en coördineert al je afspraken. Je zorgcoördinator is makkelijk bereikbaar, telefonisch of via e-mail, om je vragen te beantwoorden.

Na de behandeling

Follow-up na de behandeling

Na de behandeling is het van belang dat je gezondheidstoestand wordt opgevolgd. Je krijgt een persoonlijk schema van consultaties en aanvullende onderzoeken (bloedonderzoek, beeldvorming…). Die gebeuren in het begin op regelmatige basis, maar vervolgens geleidelijk minder frequent. Als er tussen twee controles nieuwe aandoeningen of symptomen optreden, is het aangeraden zo snel mogelijk je arts op de hoogte te brengen.

Genezing of remissie?

Remissie betekent een vermindering of volledige verdwijning van tekens die wijzen op de aanwezigheid van kanker. Als alle symptomen zijn verdwenen, is er sprake van volledige remissie. Dat betekent niet noodzakelijk dat de aandoening volledig en permanent voorbij is. Mogelijk hebben sommige kankercellen het overleefd en zijn ze te klein om te worden gedetecteerd. Maar ze kunnen wel het begin zijn van een toekomstige herval. Pas als er nog een extra periode is overbrugd, waarbij medische onderzoeken geen enkele afwijking of kankercel meer kunnen detecteren, is er sprake van genezing. De duur van deze periode hangt af van het kankertype.

Hoe lang moet je wachten op blijvende genezing?

Gemiddeld duurt het vijf jaar voor een kankerpatiënt die geen behandeling meer nodig heeft, genezen wordt verklaard. Maar voor sommige kankertypes kan dat al vroeger gebeuren, terwijl er in zeldzame gevallen na vijf jaar toch nog herval mogelijk is. De algemene regel is dat hoe langer een remissie duurt, hoe groter de kans wordt op blijvende genezing.

FAQ
Veelgestelde vragen