Strottenhoofdkanker

Strottenhoofdkanker

Wat is kanker van de onderste keelholte en het strottenhoofd?

Kanker van de onderste keelholte (hypofarynx) of het strottenhoofd (larynx) ontstaat als abnormale cellen zich op een ongecontroleerde manier beginnen te vermenigvuldigen en zich opeenstapelen tot een tumor. Kanker van de onderste keelholte ontwikkelt zich op de plek waar de keel overgaat in de slokdarm, de buis die de verbinding tussen keel en maag vormt. Strottenhoofdkanker ontstaat onder de keelholte. Het strottenhoofd is een onderdeel van de bovenste luchtwegen, bevindt zich aan de ingang van de luchtpijp en vormt het spraakorgaan, waarin zich de stembanden bevinden.

Kankercellen kunnen uit de oorspronkelijke tumor ontsnappen en geleidelijk aan andere weefsels binnendringen. Hierbij kunnen ze andere organen koloniseren om metastasen te vormen. Deze uitzaaiingen bestaan uit kankercellen afkomstig uit een tumor van de onderste keelholte of het strottenhoofd. Daarom moeten ze ook worden behandeld als een van deze kankertypes.

Hier worden zowel kanker van de onderste keelholte als strottenhoofdkanker besproken omdat de behandeling van beide kankers vaak vergelijkbaar is. Maar het zijn wel degelijk twee verschillende soorten kanker.

Meer weten:

Risicofactoren

Het risico op kanker van de onderste keelholte en het strottenhoofd wordt sterk verhoogd door twee belangrijke oorzaken: tabak en alcohol.

De voornaamste risicofactoren:

Preventiemaatregelen

Er zijn verschillende doeltreffende maatregelen om het risico op kanker van de onderste keelholte en het strottenhoofd sterk te verkleinen.

Niet roken en geen alcohol gebruiken

De beste manier om kanker van de onderste keelholte en het strottenhoofd te voorkomen bestaat erin niet te beginnen met roken of te stoppen met roken, en elk contact met tabak te vermijden – zowel tabaksrook als snuif- en pruimtabak. Geen alcoholische dranken consumeren is ook aanbevolen.

Vaccinatie tegen het humaan papillomavirus (HPV)

Vaccinatie tegen HPV bij meisjes en jongens op jonge leeftijd vermindert het risico op verschillende soorten kanker, waaronder die van de onderste keelholte en het strottenhoofd.

Beroepsmatige blootstelling aan schadelijke producten beperken

Mensen die op de werkplek omgaan met producten die stof, dampen of rook genereren, moeten voldoende beschermende maatregelen treffen. Omdat roken de schadelijkheid van deze producten nog vergroot, moet elk contact met tabak, zowel actief als passief roken, zoveel mogelijk worden vermeden.

Symptomen

De symptomen en de snelheid waarmee ze zich manifesteren, variëren afhankelijk van de aard, het volume en de locatie van de tumor. Het is mogelijk dat symptomen pas in een gevorderd stadium van de kanker merkbaar worden.

De meest voorkomende symptomen:

    • heesheid of andere stemveranderingen, die niet binnen de twee weken verdwijnen
    • knobbeltje of zwelling van de lymfeklieren in de hals
    • luchtwegobstructie
    • moeite met ademhalen en/of luidruchtig ademhalen
    • aanhoudende keelpijn of het gevoel dat er iets in de keel zit
    • slikproblemen, die niet verdwijnen
    • pijn, die uitstraalt naar het oor bij het slikken of inademen
    • oorpijn
    • chronische slechte adem
    • benauwd gevoel
    • chronische hoest
    • kortademigheid
    • onverklaarbaar gewichtsverlies
    • vermoeidheid

Let wel, deze symptomen zijn niet specifiek voor kanker van de onderste keelholte en het strottenhoofd. Ze kunnen een teken zijn van andere, vaak goedaardige, gezondheidsproblemen. Als je een of meer van deze symptomen opmerkt, raadpleeg dan je arts.

Screening en diagnostiek

Kanker van de onderste keelholte en het strottenhoofd wordt niet systematisch gescreend bij de algemene bevolking.

Zijn er afwijkingen of symptomen, dan kan je arts diagnostische tests voorschrijven, bijvoorbeeld een bloedonderzoek of medische beeldvorming.

Als deze onderzoeken de aanwezigheid van kanker bevestigen, volgt een aanvullend onderzoek om de exacte aard en omvang van de ziekte te bepalen. Deze informatie is essentieel om voor de best mogelijke behandeling te kunnen kiezen.

Meer weten over diagnostische tests met betrekking tot kanker van de onderste keelholte en het strottenhoofd:

Behandeling

Een gespecialiseerd multidisciplinair medisch team bepaalt voor elke patiënt welke de best mogelijke behandeling is. De keuze hiervan hangt af van het kankertype en het stadium waarin de ziekte zich bevindt, maar ook van de algemene gezondheidstoestand van de patiënt en, voor zover mogelijk, van zijn of haar voorkeur.

De belangrijkste behandelwijzen van kanker van de onderste keelholte en het strottenhoofd:

Levenskwaliteit
als prioriteit

Tijdens alle stadia van de behandeling en bij het streven naar een blijvend herstel staat de levenskwaliteit van de patiënt op de lange termijn voorop.

Dat geldt ook op de korte en middellange termijn zodra de ziekte chronisch wordt. In het stadium van de palliatieve zorg, wanneer de ziekte niet meer onder controle te krijgen is, heeft levenskwaliteit absolute prioriteit.

In al deze gevallen zet het medisch team al zijn knowhow in om de levenskwaliteit zo goed mogelijk te bewaken.

Meer informatie over palliatieve zorg en levenseinde

Nevenwerkingen

Het doel van elke behandeling is om kankercellen te vernietigen. Helaas kunnen hierbij ook gezonde cellen worden beschadigd en bijwerkingen worden veroorzaakt. Deze bijwerkingen kunnen sterk van elkaar verschillen, afhankelijk van de behandeling en de patiënt.

In elk geval is het aangeraden om je arts te vragen aan welke nevenwerkingen je je kan verwachten en waar je op moet letten.

Radiotherapie

Radiotherapie ter hoogte van de hals kan een aandoening veroorzaken die hypothyroïdie wordt genoemd. De schildklier, die zich aan de voorkant van de hals bevindt, wordt door de bestraling beschadigd, zodat de hormoonproductie afneemt. Dit kan vermoeidheid en lethargie veroorzaken. Wie radiotherapie op het halsgebied heeft ondergaan, moet de schildklier geregeld laten controleren.  Hypothyroïdie kan doeltreffend worden behandeld met schildklierhormoonsupplementen, die dagelijks en in de meeste gevallen levenslang moeten worden gebruikt.

Chirurgie

Bij een totale laryngectomie wordt het strottenhoofd helemaal verwijderd. Omdat het daarna niet meer mogelijk is om te ademen via de neus en mond, maakt de chirurg een tracheostoma of opening in de hals en wordt er via een canule of dun hol buisje een rechtstreekse verbinding tussen de halsopening en de luchtpijp gelegd. Langs de opening kan de patiënt voortaan ademen. Deze ingreep noemt men tracheotomie.

Omdat hierbij ook de stembanden zijn weggenomen, kan een logopedist de patiënt na de ingreep op een andere manier leren praten.

Als bij de operatie veel weefsel moet worden verwijderd, is reconstructieve of plastische chirurgie noodzakelijk om het ontbrekende weefsel te vervangen.

De OZC, je partner
tijdens je behandeling

De oncologisch zorgcoördinator is een verpleegkundige, gespecialiseerd in kanker, die zorgt voor de praktische uitvoering van de door het multidisciplinair team voorgeschreven behandeling en die de patiënt de hele duur van zijn of haar zorgtraject in het ziekenhuis begeleidt.

Tijdens je behandeling is de oncologisch zorgcoördinator je belangrijkste aanspreekpunt. Hij of zij maakt integraal deel uit van je zorgteam, woont al je consultaties bij en coördineert al je afspraken. Je zorgcoördinator is makkelijk bereikbaar, telefonisch of via e-mail, om je vragen te beantwoorden.

Na de behandeling

Follow-up na de behandeling

Na de behandeling is het van belang dat je gezondheidstoestand wordt opgevolgd. Je krijgt een persoonlijk schema van consultaties en aanvullende onderzoeken (bloedonderzoek, beeldvorming…). Die gebeuren in het begin op regelmatige basis, maar vervolgens geleidelijk minder frequent. Als er tussen twee controles nieuwe aandoeningen of symptomen optreden, is het aangeraden zo snel mogelijk je arts op de hoogte te brengen.

Genezing of remissie?

Remissie betekent een vermindering of volledige verdwijning van tekens die wijzen op de aanwezigheid van kanker. Als alle symptomen zijn verdwenen, is er sprake van volledige remissie. Dat betekent niet noodzakelijk dat de aandoening volledig en permanent voorbij is. Mogelijk hebben sommige kankercellen het overleefd en zijn ze te klein om te worden gedetecteerd. Maar ze kunnen wel het begin zijn van een toekomstige herval. Pas als er nog een extra periode is overbrugd, waarbij medische onderzoeken geen enkele afwijking of kankercel meer kunnen detecteren, is er sprake van genezing. De duur van deze periode hangt af van het kankertype.

Hoe lang moet je wachten op blijvende genezing?

Gemiddeld duurt het vijf jaar voor een kankerpatiënt die geen behandeling meer nodig heeft, genezen wordt verklaard. Maar voor sommige kankertypes kan dat al vroeger gebeuren, terwijl er in zeldzame gevallen na vijf jaar toch nog herval mogelijk is. De algemene regel is dat hoe langer een remissie duurt, hoe groter de kans wordt op blijvende genezing.

FAQ
Veelgestelde vragen