Illegale sigarettenhandel: de industrie speelt het slachtoffer

Illegale sigarettenhandel: de industrie speelt het slachtoffer

Op woensdag 30 september zond het RTBF-programma Investigation de reportage “Contrebande : le double jeu des cigarettiers” uit. De reportage toont hoe de grote tabaksfabrikanten zich voordoen als slachtoffer van de illegale sigarettenhandel, terwijl ze zelf bepaalde smokkelcircuits mee voeden. Als reactie op deze reportage schreven we een opiniestuk, dat u hieronder kunt lezen.

De tabaksindustrie wil ons graag laten geloven dat illegale sigarettenhandel boomt in België. Ze heeft ook meteen een verklaring klaar: het is de schuld van de accijnzen. Dat ze juist deze boodschap wil verspreiden is geen toeval. In België zijn de accijnzen op sigaretten de laatste jaren sterk gestegen, en dat heeft sterk mee bijgedragen aan een forse daling van het aantal rokers.

Minder rokers betekent minder verkoop en dus minder winst. Dus, zoals elke keer dat de overheid het over begrotingen heeft, haalt ze haar trukendoos nog eens boven. Dè truc van het moment is het koppelen van oplopende illegale handel aan accijnsverhogingen om zo accijnzen als contraproductief voor te stellen. Om die claim kracht bij te zetten financiert de tabaksindustrie vervolgens ‘onafhankelijk’ onderzoek bij bureaus zoals KPMG. En precies dat onderzoek vindt jaarlijks zijn weg naar de Belgische pers, ondanks het feit dat er uit onafhankelijke wetenschappelijke hoek veel kritiek komt over de geloofwaardigheid ervan.

Wetenschappelijk onderzoek toont immers dat er slechts beperkte correlatie is tussen prijzen van tabaksproducten en de aanvoer via illegale kanalen: er zijn landen met lage tabaksprijzen en veel illegale handel en landen met hoge tabaksprijzen en weinig illegale handel. Wat de zwarte markt voedt, is het gebrek aan controle op de toeleveringsketen, de beperkte controlecapaciteit, corruptie en de aanwezigheid van criminele netwerken. Dat België grote illegale netwerken aantrekt, heeft dus vooral te maken met factoren die los staan van de accijnzen. Als transitland ligt ons land bovendien ideaal om handel te drijven met onze buurlanden.

De tabaksindustrie stelt zichzelf graag voor als slachtoffer van namaak door criminelen. Zo kunnen ze het publieke narratief verschuiven van “de tabaksfabrikant als probleem” naar “de tabaksfabrikant als slachtoffer en dus partner in de strijd”. Dat is natuurlijk een goede look.

Er zijn al heel wat pogingen ondernomen om die illegale tabakshandel de kiem in te smoren. Zo is er onder meer het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en de Tabaksproductenrichtlijn. Beide instrumenten voorzien in volg- en traceersystemen waarmee elk pakje sigaretten gevolgd kan worden van de plaats van productie tot de plaats van bestemming, zodat een eventuele omleiding naar de illegale markt opgespoord kan worden. Onafhankelijkheid ten opzichte van de tabaksindustrie is daarbij een essentieel principe. En precies daar wringt het schoentje. In het Europese systeem bijvoorbeeld worden de “aanbieders van gegevensopslag” (de bedrijven die de informatie over de verplaatsingen van de sigarettenpakjes bijhouden) gekozen door de sigarettenfabrikant zelf. De Commissie beperkt zich tot het goedkeuren van die keuzes.

In dit hele debat beweert de tabaksindustrie zich in de eerste plaats zorgen te maken over de gezondheid van consumenten, die blootgesteld zouden worden aan producten van twijfelachtige kwaliteit. Dat is wel het toppunt voor een industrie die het enige gangbare consumptieproduct heeft ontwikkeld dat de helft van zijn vaste gebruikers doodt wanneer het precies zo wordt gebruikt als de fabrikant het bedoeld heeft. Ten tweede claimt de tabaksindustrie zich zorgen te maken om de inkomsten die de overheid misloopt door illegale sigarettenhandel. Als de industrie echt zo begaan is met overheidsinkomsten kan ze best ook eens wat verder kijken dan haar neus lang is. Bijvoorbeeld naar de togenhoge kosten aan de gezondheidszorg door tabaksgerelateerde gezondheidsproblemen. Tabaksgebruik zorgt namelijk voor een hele resem aan ziektes met dure behandelingen en verlies van gezonde werkjaren. Zou de tabaksindustrie zich om die kosten ook zorgen maken?

Wie de illegale sigarettenhandel ernstig wil aanpakken, moet, zoals de Wereldbank aanbeveelt, tegelijk inzetten op vraag en aanbod. Enerzijds betekent dat een strengere controle op de toeleveringsketen, betere traceerbaarheid en meer samenwerking tussen de autoriteiten. Anderzijds moet de strijd tegen de illegale handel hand in hand gaan met een ambitieus tabakspreventiebeleid. Concreet betekent dat investeren in maatregelen die kinderen en jongeren ervan weerhouden om te beginnen roken, en die rokers ondersteunen bij het stoppen. België beschikt al over een routekaart: de Interfederale Strategie 2022-2028 voor een rookvrije generatie, die verschillende maatregelen bevat om te voorkomen dat jongeren beginnen te roken en om rookstop beter te ondersteunen. Die strategie moet nu volledig worden uitgevoerd, en de inspanningen moeten ook na 2028 worden voortgezet.

Alliantie voor een Rookvrije Samenleving, Kom op tegen Kanker, Stichting tegen Kanker, Belgische Cardiologische Liga, Vlaams Instituut Gezond Leven, Respiratoire Gezondheid – VRGT, Diabetes Liga, Fonds des affections respiratoires (FARES), Observatoire de la Santé du Hainaut, Soutien Et Prévention Tabagique (SEPT), Gezondheidsmakers, BeRS/BeLF