België heeft de voorbije jaren belangrijke stappen gezet in de strijd tegen tabak. Zo tonen het uitstalverbod, het verkoopverbod op tijdelijke verkooppunten zoals festivals en het verbod op wegwerpvapes aan dat de Interfederale Strategie voor een Rookvrije Generatie (2022-2028) geen dode letter is gebleven.
Die inspanningen werpen hun vruchten af: volgens de recentste Gezondheidsenquête van Sciensano blijft het aandeel mensen die roken dalen. Dat is goed nieuws. Tegelijk legt dezelfde enquête een verontrustende ontwikkeling bloot. Het occasioneel roken neemt toe onder jongeren en e-sigaretten winnen bij jongeren snel aan populariteit: het regelmatige gebruik ervan bij 15- tot 24-jarigen nam toe van 6% in 2018 tot 17% in 2023-2024.
Tabaksgebruik blijft nog steeds de grootste vermijdbare oorzaak van ziekte en sterfte. En de uitdaging wordt breder: nicotineverslaving verdwijnt niet, ze verandert van gedaante. Als we vandaag opnieuw een strategie zouden schrijven, zou die niet langer uitsluitend over een tabaksvrije generatie gaan, maar over een nicotinevrije generatie.
Dat is geen detail. De markt is sinds 2022 ingrijpend veranderd. De markt van nicotineproducten evalueert razendsnel, digitale marketing bereikt jongeren via sociale media dankzij ingenieuze algoritmen, en de tabaksindustrie presenteert deze producten als aantrekkelijke, innovatieve of zelfs duurzame alternatieven voor de sigaret. In werkelijkheid zijn het producten die nicotineverslaving in stand houden en de preventie van nicotineverslaving bij jongeren ondermijnen.
De tussentijdse evaluatie van de Interfederale Strategie is duidelijk: met het huidige beleid zullen we de doelstellingen voor 2028 niet halen en dreigt ook de ambitie van een tabaks- en nicotinevrije generatie tegen 2040 buiten bereik te blijven. Vooral de blijvende sociale gezondheidsongelijkheid en de hardnekkige instroom van jonge gebruikers vragen om volgende stappen.
Dit betekent niet dat het roer volledig om moet. Integendeel. De bestaande strategie vormt een zeer sterke basis. Maar ze moet worden aangevuld met maatregelen die inspelen op de realiteit van vandaag én met duidelijke budgettaire engagementen voor elke betrokken actor: een verdere beperking van de verkoop, producenten aansprakelijk maken voor de veroorzaakte maatschappelijke kosten, structurele versterking van rook- en vapestopondersteuning zodat de hulp ook jongeren en mensen in een kwetsbare maatschappelijke positie beter kan bereiken. Ten slotte blijven fiscale maatregelen noodzakelijk want dat is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie de meest kosteneffectieve manier om gebruik terug te dringen.
België staat bovendien niet alleen. Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) pleit voor een volgende generatie tabaksmaatregelen. Denk aan het verder beperken van de verkoop, een generatieverbod, een betere bescherming van het beleid tegen de invloed van de tabaks- en nicotine industrie, minder aantrekkelijke producten en een verdere uitbreiding van rookvrije omgevingen. Het doel is duidelijk: voorkomen dat nieuwe generaties verslaafd raken aan nicotine.
Nieuwe regelgeving alleen volstaat niet. De grootste gezondheidswinst wordt pas bereikt wanneer maatregelen ook effectief worden uitgevoerd en gehandhaafd. Dat vraagt voldoende middelen voor ondersteuning, opvolging, inspectie en marktcontrole en een nauwe samenwerking tussen alle bevoegde overheden. Goede implementatie is niet alleen een sluitstuk van beleid, maar ook een voorwaarde voor succes.
Ook Europa speelt daarin een sleutelrol. De komende herziening van de Europese Tabaksproductenrichtlijn biedt een unieke kans om de regelgeving aan te passen aan een markt die fundamenteel veranderd is. België heeft de voorbije jaren aangetoond dat ambitieus tabaksbeleid mogelijk is. Europese harmonisatie moet die ambitie ondersteunen, niet afremmen.
Tabaksgebruik is niet alleen een zware last voor de volksgezondheid, maar ook voor de economie. Mensen die tabaksproducten gebruiken betalen een hoge prijs voor hun nicotineverslaving. Of het nu gaat om de aankoop van de producten zelf of om de gevolgen van deze verslaving voor de gezondheid: het is geld dat ook in andere sectoren zou kunnen worden uitgegeven. Investeren in tabaksontmoediging is niet alleen een investering in de gezondheid van onze bevolking, maar ook in een sterkere economie, een productievere beroepsbevolking en een duurzamer gezondheidszorgsysteem.
De bestaande interfederale strategie vormt een sterke basis. Ze vraagt echter blijvende politieke moed, consequente uitvoering en de bereidheid om een versnelling hoger te schakelen willen we de vooropgestelde doelstellingen halen. Een nicotinevrije generatie ontstaat niet vanzelf.
Alliantie voor een Rookvrije Samenleving, Danielle van Kalmthout
Stichting tegen Kanker, Suzanne Gabriëls
Kom op tegen Kanker, Veerle Maes
Belgische Cardiologische Liga, Rik Vanhoof
Belgian Respiratory Society (BeRS) / Belgian Lung Foundation (BeLF), Katrien Eger
Vlaams Instituut Gezond Leven, Stien Vandierendonck
Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding (VRGT), Meike Pappens
Gezondheidsmakers vzw, Lieve Troch
Diabetes Liga, Aurélie Lampaert
Fonds des affections respiratoires (FARES), Elise Willame
Observatoire de la Santé du Hainaut, Sophie Pierard
Soutien Et Prévention Tabagique (SEPT), Celine Corman