Professor Toon Van Gorp, UZ Leuven & KU Leuven

Professor Toon Van Gorp, UZ Leuven & KU Leuven

Op weg naar een gerichtere behandeling van eierstokkanker

In België krijgen elk jaar meer dan 700 vrouwen de diagnose eierstokkanker. Daarmee is het de twaalfde meest voorkomende kanker bij vrouwen en, binnen de gynaecologische kankers, de tweede meest voorkomende na baarmoederkanker. Toch blijft de prognose zwaar. Onderzoeker Toon Van Gorp (KU Leuven) wil de behandeling verbeteren, zodat meer patiënten baat hebben bij therapie én een betere levenskwaliteit behouden.

Voor alle types eierstokkanker en alle stadia samen, is de kans om vijf jaar na de diagnose nog te leven 46%. Één op de twee vrouwen met eierstokkanker overlijdt binnen de vijf jaar na de diagnose aan de gevolgen van de ziekte.

Op welk type van eierstokkanker richt uw onderzoek zich?

In mijn onderzoek richt ik me vooral op hooggradige sereuze eierstokkanker. Dat is het meest voorkomende type en treft voornamelijk vrouwen na de menopauze. In bijna 90% van de gevallen wordt dit type eierstokkanker pas vastgesteld in een vergevorderd stadium. Daardoor ligt de overlevingskans lager dan bij eierstokkanker in het algemeen: minder dan 38% van de patiënten nog vijf jaar na de diagnose.

We geven niet langer gewoon dezelfde behandeling aan elke patiënt. We wegen af of iets zin heeft of niet, in plaats van patiënten nodeloos te onderwerpen aan zware behandelingen. Gepersonaliseerde kankerbehandelingen zijn dé toekomst.

Professor Toon Van Gorp, UZ Leuven & KU Leuven

Hoe wilt u dat verbeteren?

Vandaag al bestaat er een ‘onderhoudsbehandeling’ met PARP-remmers. Dat zijn medicijnen die voorkomen dat kankercellen zich herstellen. Uiteindelijk zullen de kankercellen dan sterven. Deze behandeling starten we na chirurgie en chemotherapie, om de kans op herval zo klein mogelijk te maken. Bij sommige patiënten werkt ze zeer goed, maar niet bij iedereen. Daardoor ondergaan sommige vrouwen een zware en dure behandeling, met een grote impact op hun leven, zonder duidelijk voordeel.

Wat betekent uw onderzoek voor deze vrouwen?

Na een viertal jaar intensief onderzoek ontwikkelden we een test die helpt voorspellen welke patiënten waarschijnlijk baat hebben bij PARP-remmers. Daarvoor onderzoeken we het DNA van de tumor in een stukje tumorweefsel. Als er veel ‘fouten’ in het DNA van de tumor zitten, is de kans groter dat de behandeling werkt. Het herstelmechanisme van de kankercellen functioneert dan al minder goed, waardoor de behandeling het herstellen van de cellen gemakkelijker kan blokkeren. Die test is vandaag al beschikbaar in België en wordt ook terugbetaald.

Wat zijn de volgende stappen?

We hopen onze test minder belastend te maken. Nu hebben we een stukje van het tumorweefsel nodig. Bij gynaecologische kankers, waarbij de tumor diep in de buik zit, is de operatie om dat weefsel te verkrijgen bijzonder invasief. Daarom willen we een bloedtest ontwikkelen. In het bloed is immers DNA van de tumor aanwezig. Een ingreep om tumorweefsel af te nemen is dan niet meer altijd nodig. Helaas is het technisch uitdagend om dat tumoraal DNA te scheiden van het DNA van gezonde cellen in het bloed. Er is vermoedelijk nog 5 à 6 jaar diepgaand onderzoek nodig om tot een gevalideerde bloedtest te komen.

Wat betekent uw onderzoek voor de strijd tegen kanker?

We willen onze voorspellende test ook inzetten bij andere kankertypes. Bepaalde DNA-afwijkingen zijn gelijkaardig bij hooggradige sereuze eierstoktumoren en andere kankers. We hebben al een studie opgezet rond baarmoederkanker. Maar we denken ook aan borst-, pancreas- en prostaatkankers. Daarnaast opent dit onderzoek de weg naar gepersonaliseerde kankerbehandelingen, op maat van de patiënt en met zo weinig mogelijk neveneffecten. In het geval van een hooggradige sereuze eierstokkanker waarbij de PARP-remmers niet zullen werken, kunnen we bijvoorbeeld sneller voor een andere behandeling kiezen die de kankergroei afremt.

Hoe belangrijk is de steun van Stichting tegen Kanker voor uw onderzoek?

DNA-onderzoek is bijzonder duur. Zonder steun van Stichting tegen Kanker zouden we dit onderzoek niet in alle onafhankelijkheid en wetenschappelijke vrijheid kunnen doen. We moeten uiteraard rapporteren, maar krijgen wel alle vertrouwen, en dat helpt ons vooruit. Ook de samenwerking tussen ziekenhuizen, universiteiten en onderzoekscentra is daarbij van grote waarde. Dat leidt tot een uitwisseling tussen fundamenteel basisonderzoek en inzichten uit het klinisch onderzoek.