Wat hoort thuis in het museum? De sigaret of de tabaksindustrie?

Wat hoort thuis in het museum? De sigaret of de tabaksindustrie?

Suzanne Gabriels, expert tabakspreventie bij Stichting tegen Kanker

Op 8 januari adverteerde Philip Morris International (PMI) in Trends Tendances. De publireportage had als titel « 2 miljoen redenen om te blijven streven naar een rookvrije toekomst ».  

Vanuit Stichting tegen Kanker willen we graag reageren op misleidende informatie die met de regelmaat van de klok door de verschillende tabaksproducenten naar voren wordt geschoven. De realiteit is dat het totale nicotinegebruik bij jongeren terug in de lift zit. Dat België het veel beter doet dan andere landen om onze jongeren daar zo veel mogelijk tegen te beschermen. Dat de verhalen van de tabaksindustrie en de oplossingen die zij naar voren schuiven bedoeld zijn om hun commerciële belangen te vrijwaren. Hoe zit het nu allemaal juist in elkaar?

Het antitabaksbeleid in ons land is geen mislukking

De Belgische aanpak om nicotineverslaving te voorkomen wordt in het buitenland geprezen. 

We zijn er met heel wat beleidsmaatregelen en strenge wetgeving in geslaagd om het aantal rokers terug te brengen van 44% begin jaren ’60 (het moment waarop de link tussen roken en kanker  gedocumenteerd werd) over 30% in 1997 naar 17,6% in 2023.

Bovendien hebben we onze jongeren beter dan vele andere landen beschermd tegen het gebruik van de meer recente nicotineproducten zoals verhitte tabak, nicotinezakjes of de e-sigaret.
Dankzij onze aanpak om beschermende maatregelen tegen het roken (zoals een volledig reclameverbod, een uitstalverbod, …) door te trekken naar verhitte tabak is de commercialisering ervan in ons land nog niet opgestart. Dankzij ons verbod op de verkoop van nicotinezakjes hebben we slechts 0,3% dagelijkse gebruikers onder onze middelbare scholieren terwijl het gebruik van nicotinezakjes door jongeren in andere landen zeer zorgwekkende proporties aanneemt.

Een goed beleid streeft naar een rookvrije generatie, maar ook naar een nicotinevrije generatie. Dat roken kanker en tal van andere ziektes veroorzaakt is ondertussen goed bewezen. Maar ook nicotine op zich wordt best vermeden. De psychische gevolgen van nicotine zijn enorm: verslaving, slaapproblemen, meer angst en stress, concentratieproblemen, enz. Bij de fysieke gevolgen denken we in eerste instantie aan de nefaste effecten op hart en bloedvaten. Maar ook vanuit het perspectief van kanker blijft nicotine zorgwekkend: misschien induceert de nicotine geen kanker, maar eens er – om andere redenen – een kanker ontstaat, zal nicotine wel de groei van kankercellen bevorderen.

De rookprevalentie daalt maar het vapen bij jongeren neemt toe

Het aantal mensen dat rookt daalt wel degelijk in ons land. Volgens de laatste gezondheidsenquête van Sciensano waren er in 2023 nog 17,6% Belgen die rookten (12,8% dagelijks en 4,8% occasioneel) tegenover 19,4% in 2018. Ons land telt dus lang geen 2 miljoen dagelijkse rokers meer maar wel 1,2 miljoen.

Zorgwekkend is dat de afname of dalende trend van het roken tussen 2018 en 2023 trager was dan tussen 2013 en 2018. Dit heeft te maken met een stijging van het occasioneel roken; en dan vooral bij jonge meisjes en vrouwen.

Het is best mogelijk dat deze recente opmars van occasioneel roken bij jongeren ten minste gedeeltelijk volgt uit een toename van het vapen. Deze ‘gateway-hypothese’ wordt ondersteund door prospectieve cohortstudies uit verschillende landen. Het blijkt dat jongeren die vapen ongeveer drie keer zoveel kans hebben om te gaan roken als jongeren die dat niet doen, zelfs na correctie voor gemeenschappelijke risicofactoren.

Ondanks een aantal belangrijke beleidsmaatregelen zoals een reclame- en uitstalverbod, ook voor vapes, zit het gebruik ervan flink in de lift met in 2023 6,3% dagelijkse vapers en 11,10% occasionele vapers in de leeftijdscategorie van 15 tot 24 jarige Belgen. Dit wil zeggen dat bij deze jonge mensen het dagelijks vapen op 5 jaar tijd vertienvoudigd is en het occasioneel vapen verdubbeld. Hoe kan dit ook anders als de producenten van deze producten via sociale media en influencers erin blijven slagen om onze jongeren te verleiden tot aankoop en gebruik?

Harm induction in plaats van harm reduction

De tabaksproducenten profileren zich als partner voor beleid en zorgzame behoeder van mensen die roken. Met meer openheid en soepeler regels voor verhitte tabak, e-sigaretten en nicotinezakjes, de nieuwe paradepaardjes binnen de verslavende nicotineproducten, zou volgens hen de volksgezondheid gebaat zijn. Maar laten we duidelijk zijn: deze invulling van “harm reduction” kan je beter zien als “harm induction”. Enerzijds bij ex-rokers die terug gaan starten met deze nicotineproducten in plaats van nicotinevrij te blijven. Anderzijds bij nicotine-naïeve jongeren of jongvolwassenen, die voordien nooit nicotine gebruikt hebben, maar door het positievere imago dat over verhitte tabak, e-sigaretten of nicotinezakjes verspreid wordt, verleid worden om te starten met verslavende en ongezonde producten. Eens verslaafd aan nicotine, is het bijzonder moeilijk om ermee te stoppen. Het is verbijsterend vast te stellen dat adolescenten en soms zelfs lagereschoolkinderen argeloos nicotine vapen of opzuigen zonder te beseffen wat ze zichzelf aandoen. Want hoe jonger de verslaving start, hoe groter de impact op het zich ontwikkelend brein.

Verhitte tabak

De tabaksproducenten vragen om naar de wetenschap te kijken: liefst natuurlijk de studies die ze zelf gefinancierd hebben. In België hebben we gelukkig de ploeg van prof. Didier Cataldo, die onafhankelijk onderzoek gedaan heeft over verhitte tabak. Zij stelden vast dat blootstelling aan verhitte tabak een dysfunctie van het immuunsysteem van de longen veroorzaakt. Het leidt ertoe dat afweercellen tekenen van longtoxiciteit vertonen. Ook onze Hoge Gezondheidsraad heeft in 2020 aangeraden om verhitte tabak wetgevend even streng te behandelen als de gewone sigaret.

Dringend ruwe tabak taxeren

De tabakssector maakt beleidsmakers graag bang met het argument van een bloeiend illegaal verkoopcircuit wanneer er meer regels komen voor de legale sector. Volgens onderzoek floreert illegale handel nochtans beter in landen waar er veel corruptie is dan in landen waar er een streng antitabaksbeleid is. In 2024 haalde ons land nog 3,8 miljard EUR binnen vanuit accijnzen en btw op tabakswaren. In 2023 was dat evenveel en in 2022 was het met 3,3 miljard EUR wat minder.
Regelmatig worden in ons land illegale fabriekjes van sigaretten opgerold door de douane. Dit komt doordat in de haven van Antwerpen massaal ruwe tabak binnenkomt en wij een goed netwerk van wegen hebben om snel te transporteren. De illegale fabriekjes in ons land produceren voor buitenlandse markten en zijn geen bewijs van een stijgend gebruik van illegale rookwaren door de Belgische rokers. Ze bewijzen vooral dat we beter de ruwe tabak beginnen te taxeren, wat nu nog niet het geval is, zodat die handel zichtbaar wordt voor het ministerie van Financiën.

Conclusie

Als tabaksbedrijven zo roepen dat de sigaret in het museum thuishoort, wat houdt hen dan tegen om de productie en verkoop volledig te stoppen? Ooit zal het zo ver komen. Misschien niet omdat de producenten vrijwillig uit de verkoop stappen, maar omdat de verkoop van sigaretten verboden zal worden. In het VK lopen voorbereidingen om de verkoop aan jongeren, geboren na 1 januari 2009, onmogelijk te maken. Enkele Californische steden in de VS hebben de verkoop van sigaretten aan iedereen, jong en oud, verboden. Zonder de tabaksbedrijven gaan we sneller uitkomen bij die rook- en nicotinevrije generatie die we op het oog hebben dan samen met hen.

Wij kunnen niet accepteren dat tabaksproducenten via e-sigaretten, verhitte tabak of nicotinezakjes weer mikken op jongeren en jongvolwassenen als nieuwe doelgroep. Voor hen zijn jongeren vervangklanten om de plaats in te nemen van de verloren groep die gestopt is met roken. Er zit meer achter dan alleen ‘collateral damage’ van producten die zogezegd alleen voor volwassenen zijn bedoeld.

Daarom doet Stichting tegen Kanker een oproep aan journalisten en beleidsmakers om de drogredenen van de tabaksindustrie geen plaats te geven in onze media en in onze politieke debatten. Een industrie die winst wil blijven genereren door mensen verslaafd te maken/houden hoort zelf thuis in het museum.