Prof. Patrick Jacquemin

Prof. Patrick Jacquemin

Pancreas kanker is vandaag de dag nog steeds zeer moeilijk te behandelen, deels omdat de diagnose over het algemeen laat wordt gesteld en deels omdat de biologische mechanismen die een rol spelen bij het ontstaan ervan nog steeds niet volledig worden begrepen. Daarom werkt het team van professor Patrick Jacquemin (UCLouvain) aan een beter begrip van deze vorm van kanker, in de hoop doeltreffender behandelingen te kunnen ontwikkelen. De resultaten van de laatste jaren, met name dankzij de financiële steun van Stichting tegen Kanker, zijn veelbelovend. Professor Jacquemin, die zichzelf omschrijft als een avonturier op dit gebied, hoopt dat de door zijn team geboekte vooruitgang spoedig zal leiden tot de ontdekking van een nieuw geneesmiddel dat het mogelijk zal maken de ontwikkeling van deze bijzonder agressieve vorm van kanker te stoppen en te genezen.

Vertel ons over je motivatie als onderzoeker

Van waar uw interesse in het kankeronderzoek?

Prof. Jacquemin : Ik ben doctor in de biochemie van opleiding. Aanvankelijk hield mijn onderzoek verband met fundamenteel onderzoek. Met mijn team was ik geïnteresseerd in de processen die betrokken zijn bij celdifferentiatie , deze stellen een cel in staat zijn identiteit te verwerven. In dat stadium was er geen directe medische toepassing voor dit onderzoek.

Van het één kwam het ander en wij zagen dat onze ontdekkingen toepassingen konden hebben in het begrijpen van de mechanismen van kankervorming, in het bijzonder pancreaskanker. Deze overgang van fundamenteel onderzoek naar translationeel en zelfs klinisch onderzoek is zeer stimulerend. We werken al ongeveer tien jaar aan deze kanker. De meeste van onze laboratoriumonderzoekprojecten zijn gewijd aan het begrijpen van de mechanismen van de ontwikkeling van kanker en de medische toepassingen daarvan.

Wat motiveert u in het bijzonder om uw onderzoek voort te zetten?

Prof. Jacquemin : Ik zie mezelf als een kennisavonturier. Elke dag verleggen we als onderzoeker de grenzen van de menselijke kennis een beetje verder. Het is een passie die in de loop der jarenuitdooft. En wanneer onze ontdekkingen op een bepaald ogenblik medisch kunnen worden toegepast en kunnen bijdragen tot de behandeling van kanker, doet dat altijd plezier.

Wat zijn de uitdagingen van alvleesklierkanker?

Alvleesklierkanker is een van de weinige vormen van kanker die vandaag niet beter wordt behandeld dan 40 jaar geleden. Waarom is dat?

Prof. Jacquemin : Helaas beschikken we in het geval van alvleesklierkanker nog niet over doeltreffende opsporingstechnieken zoals dat voor andere kankers het geval is. Bovendien zijn de nieuwe behandelingen die de behandeling van vele soorten kanker hebben verbeterd, niet doeltreffend voor alvleesklierkanker. Dit verklaart waarom alvleesklierkanker, in tegenstelling tot andere kankers, veel minder goed te behandelen is.

Geen test voor vroege opsporing

Voor pancreaskanker bestaat geen voldoende gevoelige opsporingstest (via beeldvorming of bloed) in tegenstelling tot borstkanker (mammografie), colonkanker (opsporing van bloed in de ontlasting), huidkanker (visuele opsporing door een dermatoloog), prostaatkanker (opsporing van PSA in een bloedonderzoek) … Dit komt omdat de pancreas een “zeer” inwendig orgaan is. De letsels zijn aanvankelijk microscopisch met weinig symptomen.

Late symptomen

Een patiënt wordt op een morgen wakker met een gele teint en denkt dat hij geelzucht heeft. Zijn dokter zal een reeks testen voorschrijven. De geelzucht kan een teken zijn van alvleesklierkanker, die helaas al vergevorderd is.
Naarmate de alvleesklierkanker groeit, zal deze op een gegeven moment de galbuis (het kanaal dat de gal naar de darm voert) samendrukken. De gal hoopt zich op en de persoon krijgt geelzucht. Er is geen pijn, maar de kanker is al ver gevorderd en vaak met uitzaaiingen. Het wordt zeer laat ontdekt met minder kans op genezing dan een kanker die in een vroeg stadium wordt ontdekt. Rugpijn is een ander symptoom. Als de alvleesklierkanker groeit, drukt het op een zenuw. De arts zal de patiënt verdere tests laten ondergaan om een diagnose te stellen die pancreaskanker zou kunnen zijn.

De “nieuwe” soorten behandelingen met weinig of geen effect

Dankzij nieuwe behandelingen kunnen bepaalde soorten kanker veel beter worden behandeld. Tyrosinekinaseremmers werken zeer goed bij borstkanker en immunotherapie bij huidkanker. Deze behandelingen zijn helaas, niet erg effectief bij alvleesklierkanker.

Alvleesklierkanker is momenteel de op één na dodelijkste vorm van kanker. Het is een zeer agressieve vorm van kanker met een snelle progressie. Waarom is dat?

Prof. Jacquemin : Alvleesklierkanker duikt vaak op na de leeftijd van 60 jaar. Gezien de vergrijzing van de bevolking zijn er meer ouderen en is de incidentie dus hoger dan vroeger. Het is inderdaad een kanker met een snelle evolutie, omdat hij in een vergevorderd stadium wordt ontdekt. Slechts één op de vijf mensen kan baat hebben bij een operatie. Toch verhoogt een operatie de levensverwachting van de patiënt.

Waar gaat je onderzoeksproject over?

Welke mechanismen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van pancreaskanker zijn het onderwerp van uw onderzoek?

Prof. Jacquemin : Wij zijn geïnteresseerd in een ‘seriemoordenaar’, het Kras (spreek uit als ka-rass) oncogen. Dit oncogen heeft verschillende bijzonderheden waardoor het een centrale rol speelt bij pancreaskanker maar ook bij alle andere soorten kanker.

Ten eerste, 20% van alle kankers, ongeacht hun oorsprong, hebben een Kras-mutatie. Voor pancreaskanker loopt dit percentage op tot 95%.
Ten tweede was Kras een van de eerste oncogenen die ontdekt werden, reeds in de jaren 1980.

En toch, op dit moment, kunnen we Kras nog steeds niet met medicijnen aanpakken. Als we een medicijn kunnen ontwikkelen dat de activiteit van Kras blokkeert, zouden we alvleesklierkanker veel beter kunnen behandelen.

Mijn team en ik raakten geïnteresseerd in Kras. De basis van het onderzoek dat in 2016 werd gefinancierd door Stichting tegen Kanker was de vaststellinng dat wij niet beschikten over technieken waarmee wij Kras in weefsel of in kanker konden visualiseren. Deze visualisatie is van belang om beter te begrijpen hoe het werkt en dus om de activiteit ervan te kunnen blokkeren.

Met de steun van Stichting tegen Kanker hebben wij een instrument ontwikkeld waarmee wij Kras in microscopische kankerdelen kunnen opsporen. Op basis van onze waarnemingen konden wij beter begrijpen hoe Kras betrokken is bij pancreaskanker en welke rol het speelt bij het ontstaan van pancreaskanker.

Bieden uw onderzoeksresultaten reeds een basis voor de ontwikkeling van therapeutische instrumenten of is het nog te vroeg?

Prof. Jacquemin : Dit is de basis om verder te gaan. Het remmen van Kras is al vele jaren een doel van onderzoekers. Tot nu toe is het niemand gelukt. Dankzij de resultaten die wij hebben verkregen, hebben wij een strategie ontwikkeld om Kras te remmen. Van daaruit kunnen we verder gaan met de volgende stappen in de ontwikkeling van geneesmiddelen. We zijn daar nog ver van verwijderd, maar we werken eraan.

Wat zijn de verwachtingen voor uw onderzoek?

Prof. Jacquemin : Onze hoop is onze strategie om Kras te blokkeren te valideren, hetgeen nuttig zou zijn voor het onderzoek naar pancreaskanker, maar ook voor andere kankers. Dit is echt de Heilige Graal op dit gebied! En dat is al vele, vele jaren zo. Veel onderzoekers zijn ermee bezig en wij maken deel uit van deze inspanning.

Hoe maakt de financiering van Stichting tegen Kanker een verschil?

Wat betekent de steun van Stichting tegen Kanker voor u?

Prof. Jacquemin : De door Stichting tegen Kanker gefinancierde projecten stellen ons in staat ambitieus te zijn. De grote bedragen zullen ons in staat stellen zowel de onderzoeker die aan het project zal werken te financieren als de apparatuur die wij zullen aanschaffen zodat de onderzoeker aan het werk kan. Het is deze combinatie die het verschil maakt. Bovendien wordt de financiering toegekend voor een periode van maximaal 4 jaar, wat ons in staat stelt ambitieuze projecten te ontwikkelen die, wanneer ze werken, belangrijkste resultaten opleveren.